Marian Puijk voelt een grote aantrekkingskracht tot Indonesië.
Marian Puijk voelt een grote aantrekkingskracht tot Indonesië. Louise Mastenbroek

Historische debuutroman ‘Rafelranden van een Kampong’

Nieuwegein – In haar historische debuutroman ‘Rafelranden van een Kampong’ neemt Nieuwegeinse auteur Marian Puijk de lezers mee naar het alledaagse en vaak onzichtbare leven in Nederlands-Indië. Puijk voelt al sinds haar jeugd een diepe en bijna vanzelfsprekende aantrekkingskracht tot het land dat nu Indonesië is.

“Ik wist altijd dat ik er een keer over moest schrijven”, vertelt ze. De kiem werd gelegd op de lagere school, toen Puijk een vriendinnetje had dat afkomstig was uit Nieuw-Guinea.

“Dat vond ik heel exotisch en interessant. Het maakte iets in me wakker. Terwijl die mensen alleen maar bezig waren zich aan te passen en los te maken van Indonesië.” Deze vroege nieuwsgierigheid vormde een stille onderstroom tot ze meedeed aan een verhalenwedstrijd. Daarin moesten deelnemers een verhaal afmaken dat door Arthur Japin was begonnen. Puijk was ervan overtuigd dat ze over Griekenland wilde schrijven, maar toch ging het over Indonesië. Ze won er prompt de eerste prijs mee.

Op zoek naar het perspectief dat ontbrak

Op de middelbare school stond het boek Oeroeg van Hella Haasse op haar leeslijst. “Dat was fascinerend. Toen ging het echt los”, vertelt ze. Toch miste ze iets fundamenteels in het verhaal. Het boek, hoe iconisch ook, is geschreven vanuit het Nederlandse perspectief. Puijk was nieuwsgierig naar het leven achter het personage Oeroeg.

“Hoe zag zijn leven eruit? Hoe was het leven in de kampong? Het kwam zijdelings aan bod, maar het was niet het hoofdthema.” Die zoektocht werd leidend in haar eigen schrijfproces. Ze verslond literatuur over Nederlands-Indië en merkte daarbij op dat de meeste boeken geschreven zijn vanuit een koloniale blik. “Altijd vanuit de witte mens. Ik wilde de vinger krijgen achter die inheemse cultuur.”
‘Rafelranden van een Kampong’ richt zich uiteindelijk niet op een jongetje zoals Oeroeg, maar op zijn moeder Asmina. Een jonge vrouw die op 13-jarige leeftijd door haar vader wordt verkocht aan een blanke man. Ze krijgt drie kinderen en denkt haar plek in het leven gevonden te hebben tot ze opnieuw wordt verstoten. Radeloos slaat ze met haar kinderen op de vlucht en vindt onderdak in een afgelegen dorp in West-Java. Daar ontwikkelt ze zich tot een krachtige vrouw die haar lot in eigen hand neemt.

Puijk: “Ik wil laten zien hoe veerkrachtig mensen zijn. Hoe zwaar het leven ook kan zijn, ze kunnen zich oprichten. Steeds weer.”

In het tijdsgewricht waarin Asmina leefde, werd afkomst vaak verdoezeld: ‘De voor-moeder werd weggemoffeld’

De weggemoffelde voormoeder

In het tijdsgewricht waarin Asmina leefde, werd afkomst vaak verdoezeld. “De voormoeder werd weggemoffeld”, legt Puijk uit. “Als kinderen een kleurtje hadden dan werd dat toegeschreven aan een Italiaanse grootmoeder of een Spaanse vader. Iets Europees.” De biologische band met Indonesische vrouwen werd ontkend, soms uit schaamte. In haar eigen schooltijd werd nauwelijks aandacht besteed aan deze complexe geschiedenis. “Maar het mag niet ontkend worden. Het is wel gebeurd. Dat wil ik de lezer meegeven.”

Een verleden dat vragen oproept

Puijk vraagt zich in het gesprek af hoe het mogelijk is dat een betrekkelijk kleine groep Europeanen 350 jaar in een immens land kunnen leven zonder werkelijk te weten wie de mensen om hen heen zijn? Hoe kon er zo weinig begrip bestaan voor de cultuur waar ze zich fysiek bevonden?

Inspiratie uit herinneringen

Zelf probeert ze die cultuur dichter te naderen. Ze laat zich inspireren door herinneringen aan vroegere Indonesische vriendjes en vriendinnetjes die spraken over boom- en huisgeesten. “Over allerlei bijgeloven. We deden er lacherig over. Maar voor hen betekende het iets. Dat mystieke, waar kwam het vandaan? Dat wil ik begrijpen.”

Uniek perspectief

Met Rafelranden van de Kampong voegt Marian Puijk een nieuw en uniek perspectief toe aan de Nederlandstalige literatuur over Indonesië. Ze geeft een gezicht, een stem en een geschiedenis aan mensen die te lang slechts decor waren in verhalen van anderen. En om dat te doen hoef je geen Indonesische roots te hebben.