Sporen van een Romeinse boerderij in polder Rijnenburg (2024).
Sporen van een Romeinse boerderij in polder Rijnenburg (2024). Foto: Foto Aangeleverd

Archeoloog legt verleden polder Rijnenburg bloot

Nieuws

Nieuwegein - Archeoloog Erik Graafstal houdt 18 juni een lezing in het Nieuwegeinse Stadshuis. Daarin legt hij het verleden van polder Rijnenburg bloot, voor zover dat tot op heden bekend is. Er zijn archeologische vondsten gedaan in de polder, maar heel veel moet nog onderzocht worden.

Want in Rijnenburg staat veel op stapel. Vanaf ongeveer 2035 wordt het gebied dat tot de gemeente Utrecht behoort volgebouwd. Graafstal en zijn archeologen willen voorafgaand onderzoek doen naar mogelijke archeologische bodemschatten. “We willen er tijdig bij zijn om te voorkomen dat we de bouw van woningen vertragen”, zegt hij.

Limes

Rijnenburg telt 300 hectare (600 voetbalvelden) waar zich archeologische resten kunnen bevinden; een klein deel is al onderzocht. Het gaat om de prehistorie, de Romeinse tijd en daarna. Het meest tot de verbeelding spreekt de limes, de grensweg met fortificaties langs de Rijn, net ten noorden van het plangebied. Ten zuiden daarvan zaten de Romeinen; in het noorden de Germaanse stammen. Die wisten wel dat een aanval op de forten zinloos was en hebben dat zelden of nooit ondernomen. Graafstal: “Denk aan bewaakte wachttorens, geschut (catapulten) en de natuurlijke grens die een rivier vormt. Dan laat je het wel uit je hoofd om de overburen lastig te vallen.”

De limes functioneerde ongeveer 230 jaar uitstekend. Toen kwam de klad erin door een reeks van factoren: zeespiegelstijging, de organisatorische puinhoop die het Romeinse rijk werd, invallen van vijandige stammen en een grote epidemie.

1997. De meest spectaculaire vondst bestond uit een compleet bewaard schip bij de aanleg van het nieuwe Utrechtse stadsdeel Leidsche Rijn. “Dat was een toevalstreffer”, zegt de archeoloog. “Voor ons was het een jongensboek dat uitkwam. Dit schip heeft ons heel veel geleerd over het riviertransport in de Romeinse tijd.”

Lerende organisatie

De vraag wie het concept van de limes heeft bedacht is volgens Graafstal moeilijk te beantwoorden omdat dat niet ineens is gebeurd, maar uitgesmeerd over tientallen jaren. “Je moet het zien als een product van het Romeinse leger als lerende organisatie. De kennis van de centurio’s was belangrijk. En de bemoeienis van de Romeinse keizers was groot, vooral van Hadrianus en Trajanus.”

De grenzen van het Romeinse rijk waren meestal natuurlijk, zoals rivieren (de Rijn), bergketens, de zee en woestijnen. Een kunstmatige grens was de muur van Hadrianus in Engeland, die de Schotten buiten de deur moest houden. De limes in Nederland had nog een andere functie. “Deze vervulde een rol als aanvoerlijn voor de troepen die Engeland moesten veroveren. Je hebt het dan over soldaten, schepen, hout, graan en wapens.”
De archeologen hebben een inventarisatie gemaakt van wat er in polder Rijnenburg is gevonden en wat als indicatie van toekomstige vindplaatsen te boek staat. Daarbij zijn vondsten verwerkt van liefhebbers met metaaldetectoren, indicaties door dronesensoren en proefsleuven die mogelijk op graanopslagplaatsen van boerderijen duiden. De rivier is weg, wat wel over is gebleven is de zandige oever.

De prehistorie in het gebied duurde ruwweg van 1400 v.C. tot de Romeinse tijd. Graafstal wil niet te veel prijsgeven met het oog op zijn lezing. De lezing op 18 juni in het Stadshuis duurt van 20:00 tot 22:00 uur. Toegang is gratis. Aanmelden kan via bibliotheeknieuwegein.nl/agenda.

Jurgen van Dijk