
Rapport: betrokken instanties faalden bij begeleiding van man die Sohani (11) doodstak
NieuwsNieuwegein - De organisaties die betrokken waren bij de begeleiding van Hamzah L. hebben hun werk niet goed gedaan. Dat concluderen twee inspecties in een nieuw rapport. L. stak vorig jaar de elfjarige Sohani dood in Nieuwegein. Hij leed op dat moment aan een psychose en is door de rechter veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.
De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stellen vast dat de begeleiding van L. op meerdere punten tekortschoot. De kwaliteit van de zorg was onvoldoende voor iemand met zijn risicoprofiel. Bovendien ontbrak bij de betrokken instanties de zogeheten ‘forensische scherpte’ om gevaarlijke situaties tijdig te herkennen. Daardoor werden cruciale waarschuwingssignalen gemist.
Politie keek niet in monitoringssysteem
Zo had L. op de dag van de steekpartij én de dag ervoor contact met de politie. De agenten wisten echter niet dat zij in een speciaal monitoringssysteem hadden moeten kijken. Bovendien was in dat systeem onvoldoende beschreven hoe zij in zo’n geval moesten handelen. Als gevolg daarvan werd de crisisdienst nooit gewaarschuwd.
Ook de toezichthouder die persoonlijk verantwoordelijk was voor het toezicht op L. speelde een twijfelachtige rol: hij was met verlof, maar bleef formeel eindverantwoordelijk. De zorgaanbieder vertrouwde daarbij te sterk op diens beoordeling, in plaats van zelf actief toezicht te houden.
Familie onder grote druk
Een ander kritiekpunt betreft de familie bij wie L. ten tijde van het incident woonde. Betrokken instanties vroegen familieleden om op zorgwekkend gedrag te letten, maar onderhielden zelf geen regelmatig contact met hen. De onderzoekers stellen dat onvoldoende werd onderkend welke zware last dit voor de familie betekende.
Oproep aan ministers
De inspecties wijzen erop dat de manier waarop de zorg voor mensen met verward gedrag is georganiseerd, hulpverleners structureel belemmert in hun werk. Lange wachttijden maakten het onder meer onmogelijk om voor L. een geschikte woonplek te vinden. De rapporten doen dan ook een dringende aanbeveling aan zorgminister Sophie Hermans en justitieminister David van Weel om de zorg voor deze kwetsbare groep fundamenteel te verbeteren.






















